Posts tonen met het label slapen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label slapen. Alle posts tonen

dinsdag 10 juli 2012

Slaap je al?

Elke paar minuten hoor ik haar stem weer roepen. “Ita? Hoor eens…” Dat betekent: kom even en wel nu. Iets wat ik als puber natuurlijk niet deed. Dan riep ik alleen uit de verte “Jahaa!” En mijn moeder maar wachten… Maar nu doe ik dat niet meer. Zodra ik haar hoor, loop ik snel haar kant weer op, want op blote voeten stiefelt ze alweer naar de deur. Zo haal ik nog even een glaasje met een paar tanden uit de badkamer en zet ze naast haar bed. “De badkamer? Maar als er nu iemand komt, dan moet ik ze hebben.” Even later ondersteun ik haar naar de wc en leg ik haar voor de derde keer deze avond in bed. Ik moet lachen. De wereld heeft zich omgedraaid. Ik was een jaar of 8, denk ik. Slapen was een vervelende bezigheid, die ik het liefst oversloeg. Ik lag dan ook altijd tijdenlang klaarwakker in bed verhaaltjes te vertellen aan mijn beren en liedjes te zingen met de poppen.

Tussendoor liep ik regelmatig naar de huiskamer om even te melden dat ik nog wakker was. “En nu niet meer uit bed komen hoor!”, probeerden mijn ouders me bij te brengen. “Maar kom je dan wel regelmatig kijken?”, vroeg ik en zo kwam mijn moeder af en toe haar hoofd om de hoek van de deur steken. Mij leek dat een leuk klusje.

Op een avond stapte mijn moeder over naar de overtreffende trap. “Welterusten lieverd”, zei ze nog. “Kom je wel regelmatig kijken?”, riep ik naar de sluitende kier van de deur. “Ja hoor”, klonk het door het hout. En daar zwaaide de deur weer open. “Slaap je al?” “Nee”, zei ik. “O.” En dicht ging de deur weer. Woeps, daar zwaaide hij weer open. “Slaap je al?” “Nee.” En weer dicht. En weer open. “Slaap je al?” “Neehee”, hikte ik. Dicht. Open. “Slaap je al?” “Neeeee”, giechelde ik. Dicht – open. “Slaap je al?” “Neeheeeee”, schaterde ik. En ook de stem aan de andere kant werd steeds joliger.

Ik zal het niet herhalen bij mijn moeder. Zij vergeet dat ze al een paar keer geroepen heeft. Ik stop haar nog eens lekker in en vertel haar dat ik nu echt wegga. “Je hoort mijn stem door de deur en komt daardoor steeds uit bed. Zo val je nooit in slaap.” Ik geef haar nog een laatste knuffel en verdwijn in de nacht.

zondag 25 december 2011

Kerst 2011

“Is opa al weg?” Een beetje verwijtend kijkt mijn moeder me aan. Opa? Waar haalt ze die ineens vandaan? “Ja, die is al weg.” “Ik heb het helemaal niet gemerkt”, moppert ze. “Hij heeft gegroet hoor”, pleit ik mijn grootvader vrij. Die groet vond ruim twintig jaar geleden plaats, maar wat is twintig jaar in een mensenhoofd? Peanuts, in elk geval bij mijn moeder.

“Wil je zo even gaan slapen? Het is allemaal wel vermoeiend he?”, probeer ik alvast. “Nee, laat ik dat maar niet doen, dat is niet nodig.” Maar als ik haar aan de arm meevoer naar het toilet, kan ze met moeite op haar benen blijven staan. Eenmaal terug aan tafel is het op. Een groepsleidster biedt aan mijn moeder naar haar kamer te brengen, maar nee, dat zal ik vandaag zelf wel doen. Zo kan zij in de tussentijd beneden helpen, waar alle handen welkom zijn. Even later schuift mijn moeder uitgeput tussen de lakens. Ik geef haar nog een paar dikke knuffels en stop haar lekker toe.

En dat terwijl mijn moeder zojuist voor het eerst in haar leven een spelletje op de smartphone speelde. Weliswaar had ze geen idee dat ze vier vakjes op een rij moest kleuren, maar gedwee liet ze zich door David instrueren. Ze begreep zelfs de bedoeling toen ik zei dat het schermpje reageerde op de warmte van haar vinger. Ah, geen nagel dus, maar je vingertop gebruiken.

Het was slechts een korte opleving en wat ik al vreesde, gebeurt: ver voor het dessert lopen we naar boven. Mijn moeder in een rolstoel en ik erachter. Terwijl David en zijn vriendin de auto halen, leg ik mijn moeder in bed. “Hoe gaat het nu als ik wakker word?” “Dan komt de zuster, je herkent haar wel. Zij komt straks ook nog even kijken.” Bij de deur kan ik nog met moeite “welterusten” zeggen. Mijn keel zit dicht.

maandag 3 mei 2010

Wat zal mijn moeder slapen vannacht!

Wat zal mijn moeder slapen vannacht! Ineens besluit ik vanavond bij haar op bezoek te gaan. Pas na het journaal kom ik aan. Eerst maar even wat plantjes gepot en daarna gezellig bijpraten. Nou ja, gezellig, in zo’n bui ben ik niet echt, dus ik vertel over de strubbelingen van E. en mij. Ik probeer kleine stapjes te zetten en zo min mogelijk zijwegen in te slaan.

Ongelofelijk maar waar, ze kan het helemaal volgen. “Maar als je er nu met zijn tweeën in vastloopt, is het dan geen idee om de hulp van een derde in te roepen.” “Ja, dat heb ik ook wel bedacht, dat ik dat had moeten doen, maar toen was het al te laat.” “In elk geval is het goed om het goed uit te praten, daar leer je van, allebei. Het is pijnlijk, maar je groeit ervan.” Ik besluit de wijze lessen in mijn oren te knopen. Zelf is zij vooral blij dat haar dochter haar hart bij haar uitstort, zoals vroeger vaak genoeg gebeurde met de pot thee binnen handbereik. Het grootste verschil is wel dat ze nu vervolgens vraagt: “Zeg, hoe is het eigenlijk met E.? Is het nog aan?”. Ik blijf kalm, mijn hersens zijn van elastiek, en leg gewoon nog weer even uit waar we nu staan tegenover elkaar.

Ik grabbel nog een tissue uit mijn tas en in mijn snotterige gemompel probeert mijn moeder nog wat informatie te ontdekken. “Huil maar eens even lekker uit.” Dat is eigenlijk het laatste dat ik wil. Dat doe ik wel in minder kostbare tijd. Liever praat ik nog wat met haar, want haar bedtijd nadert ineens ernstig snel. De verpleegkundige komt medicijnen brengen en kondigt de laatste ronde aan. Na haar vertrek praten we gewoon weer verder, al begin ik natuurlijk weer bijna bij het begin.

“Maar waar erger je je echt aan?”, vraagt mijn moeder. “Nou ja, hij is een ondernemende man. In praktische zin dan, wat heel leuk is. Altijd in voor iets leuks en bedenkt zelf ook van alles. Maar wat ik echt mis is dat hij niet ondernemend is binnen de relatie. Terwijl hij wist hoe moeilijk ik het had, wilde hij leuke dingen gaan doen. Maar ik wilde vooral niets, even helemaal niets. Ik wil een man die dan eens even naast me komt zitten, die vraagt hoe het met me gaat.” “Maar kind, dan wil je iemand met intuïtie. En intuïtie, dat hebben mannen niet.”

Wat is nou eigenlijk dement, vraag ik me af? Okee, ze onthoudt niet wat er gezegd is en ze staat te tollen op haar benen na zo'n inspannend gesprek. Maar met een twinkeling in haar ogen, want ze mag het dan niet kunnen onthouden, maar ze is niet gek! Ze is wel flink moe inmiddels. Als ik naar mijn auto loop, zie ik de gordijnen al dichtschuiven.

woensdag 14 april 2010

Droomleven

Ineens voel je je glijden, het leven van een mantelzorger in. Misschien hebben sommige mensen een keuze, ik had die niet voor mijn gevoel. Als enig overgebleven kind van mijn moeder landde de verantwoordelijkheid voor haar als vanzelfsprekend op mijn schouders.

Dat is wel zo, maar toch is dat verleden tijd, vindt de vrouw met wie ik in gesprek ben. Ik begrijp het niet helemaal, hoezo verleden tijd? “Je moeder heeft nu een ander leven, er wordt voor haar gezorgd, dus nu moet jij weer terug naar een gewoon contact.” “Ja maar”, breng ik er meteen tegenin. “Een gewoon contact, ik weet niet eens meer wat dat is.” Niet meer van alles moeten en elke week op de stoep moeten staan, meent zij. Gewoon af en toe gezellig op de koffie. En verder vooral je eigen leven leiden.

Ik beloof dat ik het van harte zal proberen. Het valt niet mee. Je glijdt in die rol en kom er dan nog maar eens uit. Maar nu prent ik mezelf in: mijn eigen leven leiden en gewoon voor de gezelligheid op de koffie gaan. Eigenlijk is het een ontzettend bevrijdende gedachte. Zoals vroeger wordt het nooit, maar weer helemaal mijn eigen leven leiden moet heerlijk zijn.

En dan word ik wakker. Het duurt nog even voordat de droom tot me doordringt. In elk geval hoef ik me dus niet druk te maken over de verbazing en verwarring die ik tijdens mijn slaap voelde. Maar een teken is het wel: ergens diep weggestopt drijven een voortdurend schuldgevoel en een constante alertheid. Hoe vaak ik ook op bezoek ga, ik vind het altijd te weinig. Als ik naar de huishoudwinkel ga, neem ik meteen even een emmertje voor m’n moeder mee, want het is me opgevallen dat ze dat niet heeft. En in het tuincentrum is mijn kar zo vol omdat ik ineens bedenk dat er nog planten in de bloembakken op het balkon moeten.
Maar de vrouw had gelijk. Dat schuldgevoel mag onderhand weleens overboord. Laat ik dat dan toch maar eens proberen. Vandaag is het nog niet gelukt. Morgen probeer ik het weer.

woensdag 13 januari 2010

Het blijft stil ...

Buurman belt, hij wil op bezoek bij mijn moeder. Nu weet ik dat hij altijd meer dan welkom is. Al jaren kunnen ze het prima samen vinden, al is het voor buurman niet altijd makkelijk. Praten met een dementerende vergt veel van je inlevingsvermogen. Meer dan mensen meestal hebben. Je wordt in je leven immers getraind op onthouden, niet op vergeten.
Toch wil hij graag weer eens langs, de buurman. We overleggen of hij beter eerst even op kan bellen. Misschien wel slim, want mijn moeder doet graag even een dutje na het middageten. Om haar te treffen terwijl ze nog heerlijk in haar pyjama rondloopt, is niet prettig. Niet voor de buurman, maar zeker ook niet voor mijn moeder. Gelukkig hecht ze nog steeds veel waarde aan haar uiterlijk, al heeft ze waarschijnlijk niet veel aan mij als ze vraagt of haar haar goed zit. Mijn eigen hoofd is bedekt met geverfd stro, dus haar opgestoken haar vind ik altijd reuze netjes, al steekt het er aan alle kanten uit.

Na een tijd belt de buurman weer. Hij heeft mijn moeder al een paar keer gebeld, maar er neemt niemand op. Ik kan de dagindeling van mijn moeder dromen en weet dat ze nu zo’n beetje aan de koffie zou moeten zitten. Maar ja, die ene keer dat ik mijn oom en tante van ver adviseerde om gewoon op de bonnefooi langs te gaan, rekening houdend met de etenstijden, resulteerde in een diepe teleurstelling. Net die dag was er een uitstapje met een boot en waren de dames en heren in geen velden of wegen te bekennen. En dus vertrekt ook de buurman maar niet op de gok. Daar is het net te ver voor.

Uiteindelijk laat hij mij met een onaangename kriebel achter. Want als ze geen koffie zit te drinken, waar is ze dan? Op diverse momenten probeer ik het weer even, maar steeds vang ik bot, later in de middag, vlak na het eten, vlak na haar avonddutje. Dan denk ik ineens aan Heleen. Die heeft haar vandaag vast nog gezien en ja hoor, vanochtend was ze prima te spreken. Wat duizelig (dus zie ik haar in gedachten al met haar hoofd onder de tafel liggen, dizzy in elkaar gezakt), maar verder wakker en alert. Als het me na het journaal, haar vaste tv-programma, nog steeds niet lukt om haar te spreken te krijgen, bel ik de verzorging. Want ik weet nu al dat ik zal liggen woelen en draaien vannacht als ik niet zeker weet dat ze veilig in haar eigen bed ligt. “Uw moeder? Die zit beneden, bij het mannenkoor. Ze zijn er met z’n allen heengegaan, direct na het eten.”

Van onder de tafel glijdt ze in mijn verbeelding moeiteloos op een stoel bij een mannenkoorconcert. Ongetwijfeld genietend, want zo vaak luistert ze niet meer naar muziek. En ik zak langzaam onderuit op de bank. Vannacht kan ik rustig slapen.

woensdag 9 september 2009

Ik kan niet slapen

Het is al bijna elf uur als de telefoon gaat. Dat is een late beller! Gauw neem ik op voordat zoon wakker wordt van het gerinkel. Overigens is dat gerinkel tegenwoordig een vrolijk, indringend muziekje. “Mam” lees ik in het venster, dus neem ik vrolijk op. Ik heb me er inmiddels in getraind om dat elke keer te doen, ook al belt ze zeven keer na elkaar. Mijn moeder heeft geen pesterige aard, haar bellen heeft altijd een reden.
Op dit uur van de dag moet het wel een dringende reden zijn, want ze gaat meestal al voor tien uur naar bed. Het is ook dringend, voor haar tenminste. “Ik kan niet slapen.” Ze klinkt gejaagd, niet echt verward dit keer, maar wel wat hulpeloos. “En ik kan het nummer van beneden niet vinden, dus bel ik jou maar.” Het nummer van beneden? Ik pieker over wat dat dan kan zijn, maar ze is alweer verder met haar verhaal. “Ik ben alsmaar bang dat er vannacht iemand in mijn kamer komt, dus nu durf ik niet te gaan slapen.”
“Hoe kom je aan die gedachte?”, vraag ik. “Dat weet ik nou juist niet.” Even lijkt ze geïrriteerd, maar ze draait meteen weer bij.
“Ik denk dat ik het wel weet,” begin ik mijn uitleg. “Er is ook wat gebeurd, maar dat is inmiddels een jaar geleden”, lieg ik er een paar maanden bij. “En dat heeft veel indruk gemaakt, dus dat is blijven hangen. Maar het huis heeft het goed opgevangen en is nu extra beveiligd met speciale sloten en overal camera’s.” Ik waak er dan tegenwoordig ook wel voor om op de gang in mijn neus te peuteren of uitgebreid te zwieren, want ik voel me overal bespied. “En heb je je eigen deur op slot?” “Ja, altijd.” “Nou, dan is het helemaal prima en kan er niets gebeuren. En als je toch iets hoort is het een nieuwe bewoonster die op de gang de wc zoekt. Dat deed je zelf in het begin ook.” We herhalen het hele gesprek nog drie keer en dan zegt ze dat ze gaat slapen.
Ik kruip weer achter de computer om foto's te ordenen. Een uur later ben ik wel benieuwd of ze nu slaapt. Maar ja, als ik bel is ze natuurlijk meteen weer wakker. Ik moet er maar op vertrouwen dat het goed is. Alleen dat nummer laat me maar niet los. Wat zou ze toch bedoelen? Heb ik dat ergens? En net als ik mijn adresboek wil grijpen, zie ik het voor me. 'Beneden' heeft helemaal geen nummer, voor 'beneden' druk je gewoon op een grote, rode knop.